MUZIEKLES HATTEM - HART VOOR MUZIEK!

Instrumenten

Kun je alle instrumenten herkennen op het plaatje hierboven? Nee? Maak niet uit, want op deze pagina leer je alle instrumenten uit het fanfareorkest beter kennen! In een fanfareorkest zijn drie verschillende instrumentengroepen. Dat zijn:

  • koperblaasinstrumenten;
  • saxofoons;
  • en slaginstrumenten.

Kijk hieronder door voor meer informatie per instrumentengroep.
Stacks Image 2840

Koperblaasinstrumenten

De koperblaasinstrumenten zijn de grootste groep in het fanfareorkest. Deze instrumenten zijn gemaakt van koper, een soort metaal. Ze zijn meestal goudkleurig of zilverkleurig. De mondstukken van de koperblaasinstrumenten hebben allemaal dezelfde vorm, maar de maat is anders. Er zijn namelijk vele soorten grootten en vormen van instrumenten. Door de lippen tegen het mondstuk te laten trillen ontstaat het geluid. Een koperblaasinstrument heeft ventielen of een schuif (trombone). Er wordt onderscheid gemaakt tussen klein koper en groot koper. Hieronder wordt het verschil tussen klein en groot koper uitgelegd.
Stacks Image 2844

Slaginstrumenten

Duidelijk te horen in het fanfareorkest is het slagwerk. Veel slaginstrumenten hebben een vel, waar met een stok of klopper op geslagen wordt. Bijvoorbeeld de grote trom, de kleine trom en de pauken. Er zijn ook slaginstrumenten waar je een melodie op kunt spelen. Dat noemen we het melodisch slagwerk. Deze instrumenten hebben meestal verschillende staven waar met twee of meer kloppers op geslagen wordt. Een voorbeeld is de marimba of het klokkenspel. Daarnaast zijn er de kleinere slaginstrumenten, die we percussie noemen. Voorbeelden zijn de bongo’s, de triangel en de guiro. Het drumstel hoort uiteraard ook bij het orkestslagwerk.
Stacks Image 2846

Saxofoons

In het fanfareorkest zijn verschillende soorten saxofoons: de sopraansaxofoon, de altsaxofoon, de tenorsaxofoon en de baritonsaxofoon. Deze soorten saxofoons verschillen in grootte en hebben daardoor een ander geluid. Saxofoons zijn gemaakt van koper maar hebben, in tegenstelling tot de koperblaasinstrumenten, een mondstuk met een riet. Een riet is een dun stukje hout. Door op het mondstuk te blazen gaat het riet trillen. Zo ontstaat het geluid. Een saxofoon heeft allemaal kleppen, die je met al je vingers indrukt. Zo kun je verschillende tonen spelen. De saxofoon is vernoemd naar de Belg Adolphe Sax, die leefde in de 19e eeuw.

Muziekles Hattem heeft voor ieder type instrument een gediplomeerde docent! Bekijk hier wie onze docenten zijn.

Klein koper
De instrumenten die we tot klein koper rekenen zijn de bugel, de trompet en de es cornet. De bugels zijn de grootste groep, van de es cornet is er meestal maar één. Alle drie instrumenten hebben drie ventielen, waarmee je verschillende tonen kunt spelen. De instrumenten van het klein koper zijn ongeveer even groot. De bugel heeft een warmere klank, de trompet klinkt wat scherper. Samen met de trombone (groot koper) vormt de trompet het scherp koper. De es cornet speelt vooral de hoge tonen in een muziekstuk.
Groot koper
De instrumenten die bij het groot koper horen zijn de trombone, de hoorn, de euphonium en de bastuba. De euphonium en bastuba lijken qua vorm erg op elkaar. Alleen is de bastuba een slag groter. Bastuba’s spelen de laagste tonen van het muziekstuk. De hoorn heeft een ronde vorm. Alle instrumenten hebben drie of vier ventielen. Hiermee kan de speler verschillende tonen maken. De trombone heeft geen ventielen, maar een schuif. Door de schuif in en uit te schuiven kan de trombone verschillende tonen spelen.
Stacks Image 2891
Stacks Image 2893
Stacks Image 2907
Stacks Image 2895
Stacks Image 2897
Stacks Image 2899
Stacks Image 2901
Stacks Image 2903
Stacks Image 2905